MULTIPLEX

Ik was lang niet naar de bioscoop geweest en kende de multiplexbioscopen alleen van Amerika. Daar had het pikken van een filmpje altijd iets nonchalants. Je arriveerde op een willekeurig tijdstip, de film die je wilde zien begon altijd wel ergens binnen een half uur. Geen pauze, geen voorprogramma, zo’n reuzebeker met popcorn en een verwaterde cola. Toen ik begreep dat het bioscoopconcept ook tot Nederland was doorgedrongen, ben ik maar liefst twee keer naar een film geweest in zo’n Pathé-kolos.

De vroege middagvoorstelling van Lost in Translation was al vijf minuten op gang toen wij om tien over twee in zaal 11 belandden. We waren te laat, want Pathé De Munt heeft geen parkeergarage. Daar zouden die Amerikanen (behalve in steden waar alleen maar taxi’s rijden) al raar van opkijken. De rij was wel wat lang, maar ik vond het handig dat het aantal verzamelde bezoekers in de verschillende zalen in rode lettertjes op een paneel oplichtte. Niet dat je daar wat aan had, want nergens stond wat de capaciteit van de betreffende zaal dan wel was. Met de beenruimte was niks mis en ik ontdekte zelfs een voetensteun op de rugleuning van de stoelen. Later bleek dat een bekerhouder te zijn, maar dat is dan multifunctioneel en daar ben ik erg voor. Natuurlijk, een lekker espressootje viel er niet te bekomen, laat staan dat ik in de ruime fauteuil wat kon roken, maar daar had ik wel begrip voor. Bij Pathé zitten veel kinderen in de zaal.

Door het dolle heen besloot ik een week later naar Pathé Arena te gaan. Dat viel nog niet mee. Ik moet het stadion een keer of drie gerond hebben, want voor ik een parkeergarage inrijd (zelfs als die eufemistisch een transferium wordt genoemd ) wil ik zekerheid hebben dat het ook de dichtstbijzijnde parkeergarage is. Toen we dan eindelijk over een winderig, kaal plein liepen (zelfs de Febo was gesloten) dook het bioscoopcomplex op. Een beetje hongerig door de zoektocht bleek het aanbod van het buffet beperkt. Wel kon je graaien in een snoepbak, maar niet vergeten af te rekenen. Het leek mij een roekeloos en onhygiënisch experiment. Maar wat een prachttrap hebben ze daar. Heel hoog, heel breed en heel mooi van neonlicht. Ik hoopte wel dat de inspectie deze architectonische fantasie had goedgekeurd, want mij leek dat bij brand in de bovenste zalen de vluchtende bezoekers, over elkaar heen buitelend op die riante showtrap, niet zachtzinnig op de begane grond zouden belanden.

Het voorprogramma schoot lekker op. Ik zag minstens drie trailers van films die ik alvast niet meer hoefde te zien, de dia’s bleken geheel afgeschaft, en er was geen pauze. Helaas moest ik plassen. Haastig terugkerend van het toilet nam ik een bocht iets te scherp en ik knalde met mijn hoofd tegen een creatief uitspansel dat toch net al de trap leek, maar verder had ik geen klachten. De film was Simon en het was ook helemaal niet verantwoord die trappen af te dalen met tranen in de ogen.

Wat ik daar maar mee wil zeggen: het mag dan allemaal een stuk makkelijker worden allemaal, lekker convenient en zo, ontdaan van franje en gedoe, een ervaring is het ook niet meer, naar de bioscoop gaan. Film is een beetje op de schappen van de C1000 terechtgekomen. De glamour is er vanaf. Dus wacht ik tot wat mij bevalt op dvd komt, ik steek de open haard aan en red me wel in deze kille wereld.